Als je puber 12 tot 15 jaar is heeft hij meestal één of meer vaste vrienden. Ze helpen elkaar als het moet. Ze maken afspraken om samen iets te doen.
Als je puber 16 tot 18 jaar is, veranderen vriendschappen. Ze vinden dezelfde dingen leuk en doen veel samen. Ze vertellen elkaar vaak alles. Meisjes praten overal over. Ze giechelen ook veel. Ze krijgen steeds de slappe lach. Jongens kunnen heel trouw zijn. Ze doen veel en praten soms ook veel.
Heeft je puber een groep vrienden? Dan is de kans groot dat hij dezelfde dingen doet als de rest van de groep. Een groep geeft zekerheid. Maar het kan ook moeilijk zijn. Je puber wil ook een eigen persoonlijkheid ontwikkelen.