Iedere basisschool moet voldoen aan de kerndoelen van het Ministerie van Onderwijs. Die kerndoelen gaan over de gebieden:
- taal en communicatie;
- rekenen/wiskunde;
- oriëntatie op mens en wereld;
- bewegingsonderwijs;
- kunstzinnige oriëntatie.
De school bepaalt zelf hoe ze aan die doelen werkt. Ook kiest de school haar eigen lesmethoden. Veel scholen werken met de hieronder genoemde vakken. Er wordt hieronder aangegeven in welke groep deze vakken worden gegeven. Dit kan per school natuurlijk verschillen. Dit is een richtlijn.
Lezen, schrijven, grammatica en spelling
In groep 1 en 2 wordt je kind voorbereid op leren lezen en schrijven. In groep 3 wordt er een leesmethode gebruikt. Er bestaan 9 leesniveaus (AVI), die steeds moeilijker worden. Eerst leert je kind om één zin per regel te lezen. Dat is in groep 3. In groep 4 leest je kind AVI 4. Hij kan dan doorlopende zinnetjes lezen. In groep 5 bereikt je kind AVI 7. Zinnen bestaan dan uit 9 woorden.
Rekenen
Je kind wordt voorbereid op rekenen met herkenbare verhaaltjes. Dat gaat langzaam over in ‘schattend’ rekenen: je kind schat dan hoeveel de uitkomst is, zodat hij begrijpt wat hij doet en geen trucje aanleert. In groep 3 rekent je kind met de getallen 1 tot 10. In groep 4 leert je kind de tafels, in groep 5 staartdelingen en in groep 6 breuken.
Aardrijkskunde, geschiedenis en natuur
Soms heten deze vakken samen ‘wereldverkennend leren’ of ‘oriëntatie op jezelf en de wereld’.
Bewegingsonderwijs en creativiteit
Alle kinderen van alle groepen krijgen bewegingsonderwijs (bijvoorbeeld gym) en kunstzinnige vorming (creativiteit).
Zwemles en verkeersles
Veel scholen organiseren zwemles en verkeersles, maar het is niet verplicht. Je kind krijgt zwemles in de onderbouw. In groep 7 en 8 krijgt hij verkeersles.
Engels
Vanaf groep 7 kiest een school, welke buitenlandse taal je kind kan leren. Dat is meestal Engels. Maar het kan ook Spaans, Frans of Duits zijn.