Zwangere vrouwen die hun ongeboren kind op downsyndroom willen laten testen, kunnen dat in de toekomst met een bloedonderzoek doen.
De nieuw ontwikkelde bloedtest is veiliger dan de bestaande risicovolle vlokkentest of vruchtwaterpunctie. Aan de ontwikkeling van de test werkten onderzoekers van het Amsterdamse VU medisch centrum mee, samen met onderzoekers uit Hong Kong en Londen.
Genetisch materiaal van de foetus in het bloed van een zwangere vrouw kan informatie geven over de aanwezigheid van het extra chromosoom dat kenmerkend is voor het downsyndroom (trisomie 21). De test is mogelijk in de 10de tot 14de week van de zwangerschap. De test is betrouwbaar en geschikt voor alle zwangere vrouwen.
De huidige manier van testen (vlokkentest of vruchtwaterpunctie) geeft risico op een miskraam. Het veiligere alternatief dat nu al wordt gebruikt is de combinatietest, waarbij een nekplooimeting wordt gecombineerd met een bloedtest. Deze combinatietest geeft echter geen diagnose, maar slechts een voorspelling van de kans op downsyndroom.