Jongeren die een werkstraf uitvoeren in hun eigen buurt, of in de buurt waar ze het delict hebben gepleegd, houden daar een positief gevoel aan over. Dat blijkt uit onderzoek van het Bonger Instituut van de Universiteit van Amsterdam, uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Veiligheid en Justitie. Het onderzoek focust op de beleving van de werkstraf, niet op de effectiviteit. Er werden voor het onderzoek zeven projecten geselecteerd en dertig jongeren geïnterviewd. Het betrof jongeren met een strafrechtelijke veroordeling, dus geen werkstraffen in het kader van Halt.
Factoren die invloed hebben op de beleving van de werkstraf zijn de persoon en werkwijze van de zogenoemde werkmeester en het soort werkzaamheden. Een project in de buurt waarderen jongeren vooral positief wanneer zij het werk nuttig vinden en de sfeer goed is.
Meer informatie: Het onderzoeksrapport